Inleiding

Op 23 oktober 2018 is de ‘’Wet bescherming bedrijfsgeheimen’’ (hierna: Wbb) in werking getreden, ter implementatie van de Europese Richtlijn 2016/943 (8 juni 2016). Het doel van deze wet is “het bieden van een helder, specifiek en uniform kader voor de bescherming van bedrijfsgeheimen’’, aldus de Memorie van Toelichting (hierna: MvT).[1] In deze update zet ik de hoofdlijnen van de Wbb uiteen.

 

Definities

Omdat de Wbb een Europese Richtlijn betreft, is het voor de effectiviteit van de richtlijn van belang dat lidstaten gemeenschappelijke definities hanteren. Sommige lidstaten hadden reeds specifieke bepalingen ter zake het onrechtmatig gebruik van bedrijfsgegevens opgenomen in nationale wetgeving. Het gros van de lidstaten daarentegen nog niet. Het ontbreken van gemeenschappelijke definities kan grensoverschrijdende handhaving bemoeilijken.[2] Daarom wordt in de MvT benadrukt dat EU-harmonisatie noodzakelijk is voor doeltreffende rechtsbescherming van bedrijfsgeheimen.[3]

Artikel 1 Wbb bevat de definitie van wat een ‘’bedrijfsgeheim’’ is. Deze luidt als volgt:

  1. Informatie die geheim is;
  2. Informatie die handelswaarde bezit omdat die geheim is;
  3. De rechthebbende heeft deze informatie onderworpen aan redelijke maatregelen om deze geheim te houden.

Deze definitie heeft een tamelijk brede omvang: ‘’hieronder kan de technologische kennis, klanteninformatie en marktstrategieën geschaard worden.’’[4]

 

Kern Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Artikelen 2 tot en met 4 van de Wbb zien toe op het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen. Zo is het verkrijgen van een bedrijfsgeheim onrechtmatig wanneer deze wordt verkregen door middel van ‘’onbevoegde toegang tot of het zich onbevoegd toe-eigenen of kopiëren van documenten, voorwerpen, substanties, materialen of elektronische bestanden waarover de houder van het bedrijfsgeheim rechtmatig beschikt en die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het bedrijfsgeheim kan worden afgeleid’’.[5]

Artikel 3 Wbb omschrijft in welke gevallen het verkrijgen van bedrijfsgeheimen niet onrechtmatig is. Artikel 4 Wbb bevat een aantal uitzonderingen op handhavingsmogelijkheden van de Wbb. Zo wijst de rechter een vordering als genoemd in de artikelen 5, 6 en 9 Wbb af indien het verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim plaatsvond ‘’met het oog op een rechtmatig belang dat wordt beschermd ingevolge het recht van de Europese Unie of bij of krachtens de wet’’.[6] Hierbij kan men denken aan redenen van collectief belang zoals consumentenbescherming, milieu, gezondheid, openbare orde en openbare veiligheid.[7]

De rechter kan op vordering van de houder van een bedrijfsgeheim voorlopige maatregelen bevelen, zoals een staking of een verbod van het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim.[8] Naast deze tijdelijke maatregelen, kan de rechter ook definitieve maatregelen treffen. Deze staan in de artikelen 6, 7 en 9 Wbb.

 

Schadevergoeding

De houder van bedrijfsgeheimen kan op grond van artikel 8 Wbb schadevergoeding vorderen van de inbreukmaker. Hierbij geldt het vereiste dat de laatstgenoemde wist of moest weten dat hij onrechtmatig een bedrijfsgeheim verkreeg, gebruikte of openbaar maakte. In de MvT wordt het volgende voorbeeld gegeven: een fabrikant die een product aan de man brengt waarin een halffabricaat is verwerkt die is vervaardigd met behulp van onrechtmatig verkregen bedrijfsgeheimen.[9] Hierbij geldt dat de voorzieningenrechter op grond van artikel 5 Wbb bevoegd is om kennis te nemen van de vordering.

 

Conclusie

De Wbb is tamelijk beknopt van aard en de gebruikte begrippen zijn ruim. Of hiermee voldaan zal worden aan het oogmerk van de wet – bieden van een helder, specifiek en uniform kader voor de bescherming van bedrijfsgeheimen – is nog maar de vraag. Het zal aankomen op de invulling van de rechter. Uit de MvT blijkt in ieder geval dat men streeft naar harmonisatie op EU-niveau. Op deze manier wordt beoogd de samenwerking efficiënter en effectiever te maken. De wet is echter nog zeer jong. Om een beter begrip van de praktische betekenis van de Wbb te krijgen zullen we moeten wachten op de invulling van de rechterlijke macht.

 

[1] Kamerstukken II 2017/18, 34821, 13.

[2] Study on Trade Secrets and Confidential Business Information in the Internal Market, uitgevoerd door Baker McKenzie in opdracht van de Europese Commissie, april 2013, MARKT/2011/128/D, p. 4 e.v.

[3] Kamerstukken II 2017/18, 34821, 13.

[4] P.J. van der Kost, ‘Inwerkingtreding van de Wet bescherming bedrijfsgeheimen’, OFr 2019/27.

[5] Artikel 2 Wet bescherming bedrijfsgeheimen.

[6] Artikel 4 Wet bescherming bedrijfsgeheimen.

[7] Kamerstukken II 2017/18, 34821, 13.

[8] Artikel 5 Wet bescherming bedrijfsgeheimen.

[9] Kamerstukken II 2017/18, 34821, 13.

Previous post

Gezocht: bestuur 2019-2020

Next post

Tweede bijeenkomst Soft Skills Course