In deze update geeft Tessa van Berkum ter inleiding op het zesde symposium van NSO Eques met het thema “Brexit and beyond: de juridische impact nader beschouwd” een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen rondom de Brexit en de huidige situatie. 

  1. Inleiding

Op 23 juni 2016 stemmen kiezers in het Verenigd Koninkrijk (VK) over het lidmaatschap van de Europese Unie (EU).[1] De uitslag van het raadgevend referendum komt op het Europese vasteland hard aan: een kleine meerderheid van 51,9 procent stemt voor uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU. Premier David Cameron, die al in januari 2013 een referendum over het voortduren van het lidmaatschap van de Europese Unie had beloofd, voerde voorafgaand aan de stemming campagne voor een blijvend EU-lidmaatschap en kondigt enkele uren na de uitslag van zijn aftreden aan.[2] Een maand later, op 23 juli 2016 dient Cameron formeel zijn ontslag in en beëdigt koningin Elizabeth Theresa May tot premier van het Verenigd Koninkrijk. Zij zal het Verenigd Koninkrijk door de woelige wateren van de Brexit sturen.[3] In de woorden van May: “Brexit means Brexit – and we are going to make a success of it.”

Het Verenigd Koninkrijk overhandigt op 29 maart 2017 aan de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, de artikel 50-brief waarmee een periode van twee jaar voor onderhandelingen aanvangt. De Brexit is begonnen. 27 EU-landen moeten met het VK tot een akkoord zien te komen over scheidingsvoorwaarden en in het bijzonder toekomstige handelsrelaties. Tot op de dag van vandaag is echter nog niets zeker.

Tijdens het zesde symposium van NSO Eques met het thema “Brexit and beyond: de juridische impact nader beschouwd” komen verschillende sprekers naar Fort Lent om vanuit hun eigen invalshoek over de Brexit en de juridische gevolgen te vertellen. Het symposium vindt plaats op donderdag 18 april en in deze update geef ik ter inleiding een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen rondom de Brexit en de huidige situatie.

 

  1. De artikel 50-brief

Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) geeft iedere lidstaat het recht zich terug te trekken uit de Europese Unie. Nog nooit eerder vroeg een lidstaat daadwerkelijk om vertrek uit de EU, maar op 29 maart 2017 doet het Verenigd Koninkrijk precies dat. Met het overhandigen van een afscheidsbrief aan voorzitter Donald Tusk, geeft premier May de Europese Raad kennis van het voornemen te vertrekken uit de Unie. Pas na deze vereiste kennisgeving kunnen de onderhandelingen formeel beginnen en start de bijzonder korte termijn van twee jaar waarbinnen een terugtrekkingsakkoord gesloten moet worden.[4]

Indien niet binnen de termijn van twee jaar na kennisgeving een terugtrekkingsakkoord wordt gesloten, zijn na het eindigen van die termijn de EU-verdragen niet meer van toepassing op de vertrekkende lidstaat. De lidstaat heeft dan in beginsel zonder enige regeling de Europese Unie verlaten.[5] Toch biedt het VEU een mogelijkheid tot verlenging indien de vertrekkende lidstaat en de overige EU-landen niet (op tijd) tot een akkoord komen. Met unanimiteit en met instemming van vertrekkende lidstaat kan de Europese Raad de inmiddels beruchte termijn van twee jaar voor het sluiten van een akkoord verlengen.[6] Het Verdrag stelt geen grenzen aan de periode van de verlenging.

Ingevolge artikel 50 VEU blijft het Verenigd Koninkrijk volledig lid van de Europese Unie tot een terugtrekkingsakkoord is getekend (of totdat de periode voor onderhandelingen is verstreken). Gedurende de onderhandelingsperiode blijft het Verenigd Koninkrijk dan ook gebonden aan (alle beginselen van) het Unierecht en blijft het land onderworpen aan de rechtsmacht van het Hof van Justitie. Dit betekent onder andere dat de Britten tijdens de onderhandelingsperiode het beginsel van loyale samenwerking en het verbod van ongelijke behandeling op basis van nationaliteit in acht moeten nemen.[7]

Aan de andere kant behoudt het Verenigd Koninkrijk voor de periode van onderhandelingen alle rechten die een lidstaat heeft. Britse rechters blijven zitten in het Hof van Justitie, Britse volksvertegenwoordigers in het Europees Parlement, Britse ministers in de Raad en de premier in de Europese Raad. De enige uitzondering daarop wordt geformuleerd in artikel 50 lid 4 VEU: de Britse ministers of premier nemen geen deel meer “aan de beraadslagingen of aan de besluiten van de Europese Raad en van de Raad die hem betreffen”.

 

  1. De onderhandelingen

Na de door May uitgeschreven verkiezingen van 8 juni 2017 heeft de Britse premier niet meer, maar juist minder zetels. De hoop dat de verkiezingen haar een steviger mandaat in Europa zouden geven, moet May laten varen. De premier is haar meerderheid kwijt en zal ten aanzien van een brexitdeal gedoogsteun nodig hebben van de Noord-Ierse Partij (DUP).  Politiek verkeert het land in chaos als de Britse delegatie op 19 juni 2017 naar Brussel vertrekt: de eerste fase van de onderhandelingen over de Brexit is begonnen.

  • Prioriteiten

De Britse regering wil niet meer deelnemen aan de interne markt. Met name de werking van het vrij verkeer van personen levert bezwaren op, vanwege EU-migranten die de Britse arbeidsmarkt overspoelen. In aansluiting daarop wenst de regering dat het VK de douane-unie verlaat en niet langer wordt onderworpen aan het gezag van het Hof van Justitie. Bovendien willen de Britten de bevoegdheid om handelsakkoorden met derde landen te sluiten terug en dringen zij erop aan dat de onvermijdelijke nieuwe buitengrens van de EU tussen Ierland en Noord-Ierland zo veel mogelijk onzichtbaar moet blijven.[8]

De Europese Unie heeft als prioriteiten onder andere handhaving van de rechten van EU-burgers in het Verenigd Koninkrijk en Britse burgers in andere lidstaten en een nette financiële afrekening vanwege de beëindiging van deelname van het Verenigd Koninkrijk aan EU-beleid en projecten. Ook de Unie is ten aan zien van de grens tussen Ierland en Noord-Ierland voorstander van een goede regeling waarmee nieuwe grenscontroles en douaneposten worden voorkomen.[9]

  • Het verloop

Een aantal maanden na de start van de brexitonderhandelingen, op 8 december 2017, is de eerste fase afgerond. Londen en Brussel bereiken een voorlopig akkoord over burgerrechten en de financiële afwikkelingen van de Brexit. Een van de belangrijkste punten uit het akkoord is dat bestaande EU-rechten op verblijf, werk en uitkeringen van alle EU-burgers die tot en met 29 maart 2019 in het VK verblijven in het scheidingsverdrag en Britse wetgeving worden gewaarborgd. Bovendien wordt afgesproken dat er geen “harde” grens komt tussen Ierland en Noord-Ierland en dat Noord-Ierland aangesloten blijft bij de Europese interne markt en douane-unie.[10]

Een week later stellen de 27 EU-landen vast dat fase twee van de onderhandelingen van start kan gaan. Er zou immers voldoende voortgang zijn geboekt in de eerste fase. In de tweede fase moeten de onderhandelingen worden uitgebreid met gesprekken over de overgangsfase en de toekomstige relatie tussen de EU en het VK.

Een voorlopig akkoord over de overgangsfase wordt bereikt op 19 maart 2018: tot het einde van 2020 blijven alle EU-regels gelden voor het VK, maar Londen mag niet meer meebeslissen over nieuw beleid. Dit voorkomt een harde breuk, wat vooral een overwinning is voor het Britse bedrijfsleven dat sterk heeft aangedrongen op een transitieperiode. Daarnaast houden personen die tijdens de overgangsperiode naar het Verenigd Koninkrijk verhuizen dezelfde rechten als dat zij hadden voor de Brexit. Verder wordt afgesproken dat juridisch moet worden vastgelegd dat Noord-Ierland deel blijft uitmaken van de Europese markt en douane-unie. Dit ziet het VK als tijdelijke oplossing, omdat de Britse regering zal blijven streven naar een uitgebreid handelsakkoord, waardoor speciale afspraken over Noord-Ierland niet meer nodig zijn.[11]

Op 25 november 2018 stemmen de regeringsleiders van de 27 EU-laden in met het voorlopig akkoord over de Brexit dat is iets minder dan twee weken daarvoor is bereikt.[12] De 585 pagina’s lange Withdrawal Agreement, uitonderhandeld door premier May en de EU, heeft de status van uittredingsverdrag en moet op 15 januari 2019 door het VK worden geratificeerd. Het grootste struikelblok dat aan het voorlopig akkoord in de weg stond, was de Ierse grenskwestie. Vastgelegd is dat de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open moet blijven. Andere afspraken zijn op dit moment niet mogelijk, omdat Londen zich niet kan vinden in een oplossing waarbij Noord-Ierland aansluiting houdt bij de interne markt van de EU. Bovendien blijft het VK in een douane-unie met de EU als partijen niet slagen in het maken van nieuwe handelsafspraken waarbij een harde grens op het Ierse eiland wordt voorkomen.[13]

Zoals bekend, wordt de Withdrawal Agreement op 15 januari 2019 met een overweldigende meerderheid door het Britse House of Commons weggestemd. Over het algemeen heerst weerstand tegen de backstop, het mechanisme in het akkoord dat de garantie moet bieden dat er geen grenscontroles komen tussen Ierland en Noord-Ierland. Daarnaast roepen brexiteers dat het VK te veel met de EU verweven blijft, ook bij uitvoering van het akkoord. Aan de andere kant zijn er Britse parlementariërs die de Brexit helemaal niet zien zitten en hoop houden dat de Britten de EU helemaal niet verlaten. Na bekendmaking van deze uitslag, dient oppositieleider Jeremy Corbyn een motie van wantrouwen tegen de regering in. Premier May overleeft de vertrouwensstem en moet in gesprek met de oppositie om de brexitimpasse te doorbreken.[14] Het is nu aan het VK om aan te geven hoe zij verder willen gaan.

 

  1. Recente ontwikkelingen

Premier May presenteert een gewijzigde brexitdeal, die op 12 maart 2019 opnieuw met een ruime meerderheid door het Britse parlement wordt weggestemd. Michel Barnier, hoofdonderhandelaar namens de Europese Unie, laat in een reactie weten dat de EU niets meer gaat doen om de Britten te helpen een akkoord te bereiken. Volgens hem kan de impasse alleen in het Verenigd Koninkrijk worden opgelost.[15] Een dag na verwerping van de gewijzigde deal, stemt het Britse parlement ook tegen de optie om de EU te verlaten zónder vertrekakkoord. Donderdag 14 maart 2019 stemmen 412 tegen 202 Britse parlementariërs voor uitstel van de Brexit. Vrijdag 29 maart is wat hen betreft niet langer de dag waarop het VK de EU verlaat.

De 27 EU-lidstaten zijn bereid in stemmen met het verzoek tot uitstel. De Britten krijgen twee weken extra tijd om knopen door te hakken. Hebben de Britten echter op uiterlijk 12 april aanstaande nog niet aangegeven hoe zij verder willen met de EU, dan dreigt alsnog een chaotisch vertrek. Wensen zij langer uitstel en doen zij dus mee met de Europese verkiezingen eind mei? Uitstel tot 22 mei kan, onder de voorwaarde dat het Britse parlement instemt met de Withdrawal agreement die premier May in november 2018 met de EU overeenkwam. Hebben de Britten meer tijd nodig om na te denken over de toekomstige relatie tussen het VK en de EU? Dan moeten de Britten uiterlijk 12 april laten weten of zij Europese verkiezingen gaan organiseren om langer uitstel te krijgen van de EU.[16]

Woensdag 27 maart brengt Therese May haar brexitdeal voor de derde keer terug naar het Lagerhuis en wordt er gestemd over een aantal opties: Mays deal, een vrijhandelsverdrag zoals de EU dat met Canada heeft, Mays deal inclusief douane-unie met de EU, een compromismodel waarbij het VK in een douane-unie met de EU en ook in de interne markt blijft, no deal, een nieuw referendum en geen Brexit.[17] Uiteindelijk haalde geen van deze alternatieven aan het eind van de avond een meerderheid. Het Lagerhuis stemt op maandag 1 april opnieuw over vier opties in de hoop een alternatief te vinden voor het brexitplan van Theresa May. Twee “softe” brexitversies die voorzien in nauwe banden met Europese Unie halen geen meerderheid. Ook het plan om de brexitdeal in een referendum voor te leggen aan het Britse volk en het voorstel om de brexit af te blazen indien geen deal wordt bereikt blijven niet overeind. Met in het achterhoofd dat de Britten voor 12 april moet aangeven wat ze willen om een vertrek zonder deal te voorkomen, roept May de hulp in van oppositieleider Jeremy Corbyn. Samen proberen ze tot een compromis te komen. In de avond van woensdag 3 april vindt de volgende stemming plaats en wordt met een kleine meerderheid het wetsvoorstel aangenomen dat een “no deal” brexit moet voorkomen. De wet verplicht premier Theresa May om uitstel te vragen van het vertrek van de Britten uit de Europese Unie, als er niet voor 12 april een akkoord ligt met Brussel over een scheidingsregeling.

 

  1. Conclusie

Na vele maanden van onderhandelingen in de eerste en tweede fase, een voorlopig akkoord, een afwijzing van het Britse parlement, een gewijzigd voorlopig akkoord, een nieuwe afwijzing, een stemming voor uitstel, een derde afwijzing van de deal, nieuwe stemmingen en uiteindelijk aanname van een wetsvoorstel dat een “no deal” brexit moet voorkomen, is de situatie rondom de Brexit roeriger dan ooit. Eind maart trok een demonstratie tegen de Brexit naar verluidt ruim een miljoen mensen en bovendien tekenden ruim zes miljoen Britten een online petitie om artikel 50 VEU in te trekken en in de EU te blijven.[18] Vrijdag 5 april vraagt premier May de Europese Unie opnieuw om uitstel, ditmaal tot en met eind juni. Het verzoek wordt aanstaande woensdag in een bijeenkomst van de Europese Raad besproken. Alle EU-lidstaten moeten instemmen om het verzoek goed te keuren.

Wil je meer weten over de gevolgen van de Brexit voor de politiek, maar ook voor het ondernemingsrecht, burgerlijk recht en het financieel recht? Ben je benieuwd hoe een Head Taskforce Brexit en toezichthouder bij de AFM betrokken is bij de Brexit en hoe een organisatie als AEGON zich voorbereidt op de (gevolgen van de) Brexit? Schrijf je dan in voor het symposium “Brexit and beyond: de juridische impact nader beschouwd” van NSO Eques!

 

 

[1] De grondslag voor het raadgevend referendum was vastgelegd in de European Union Referendum Act 2015.

[2] P. van Ijzendoorn, ‘De erfenis van David Cameron’, Volkskrant 12 juli 2016.

[3] P. van IJzendoorn, ‘Britten onder May verenigd de EU uit’, Volkskrant 12 juli 2016.

[4] Zie punt twee van de verklaring na de Informele Europese Raad van de 27 d.d. 29 juni 2016, te raadplegen via https://www.consilium.europa.eu/nl/meetings/european-council/2016/06/28-29/.

[5] A. Cuyvers, ‘Artikel 50 VEU en Brexit: de juridische contouren voor een politiek drama’, NtEr 2016, nr. 7.

[6] Artikel 50 lid 3 VEU.

[7] Ibid.

[8] Zie voor een opsomming van de prioriteiten van de Britten het White Paper van de Britse regering d.d. juli 2018, te raadplegen via: https://assets.publishing.service.gov.uk/government/uploads/system/uploads/attachment_data/file/786626/The_Future_Relationship_between_the_United_Kingdom_and_the_European_Union_120319.pdf.

[9]

[10] J. Hoorn & R. Winkel, ‘EU sluit eerste akkoord met Britten over brexit’, Het Financieele Dagblad 8 december 2017.

[11] ‘EU en Britten sluiten deal over overgangsperiode brexit’, Het Financieele Dagblad 19 maart 2018.

[12] Draft Agreement on the withdrawal of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland from the European Union and the European Atomic Energy Community, as agreed at negotiators’ level on 14 November 2018, te raadplegen via: https://ec.europa.eu/commission/sites/beta-political/files/draft_withdrawal_agreement_0.pdf.

[13] J. Segenhout & H.D. Hekking, ‘Onderhandelaars sluiten brexitdeal, vanmiddag overleg in Brits kabinet’, Het Financieele Dagblad 13 november 2018.

[14] M. Schiffers, ‘May overleeft vertrouwensstem en strompelt verder’, Het Financieele Dagblad 16 januari 2019.

[15] ‘Lagerhuis stemt ‘gewijzigde’ brexitdeal overweldigend weg’, Het Financieele Dagblad 12 maart 2019.

[16] J. Segenhout en R. Cats, ‘EU geeft Britten twee extra weken om uit brexitchaos te komen’, Het Financieele Dagblad 21 maart 2019.

[17] M. Schiffers, ‘Lagerhuis maakt zich op voor ‘multiple choice’ over de brexit’, Het Financieele Dagblad 27 maart 2019.

[18] Zie voor de petitie: https://petition.parliament.uk/petitions/241584, laatst geraadpleegd op 27 maart 2019.

Previous post

Afsluitende bijeenkomst Soft Skills Course

Next post

Sprekers Symposium