Vandaag komt de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (“Monitoring Commissie”) met een lijst voorstellen voor herziening van de Nederlandse Corporate Governance Code (“Code”). Het is nodig deze om de paar jaar weer te actualiseren (de laatste Code stamt uit 2009) om de Code weer in lijn te brengen met de ontwikkelingen en de verwachtingen op het gebied van corporate governance. In deze update bespreek ik de geschiedenis van de Code en ga ik in op wat de Code inhoudt. In een tweede update, die later zal volgen, behandel ik de voorgestelde herzieningen, die vandaag (11 februari 2016) gepubliceerd zullen worden.

Corporate governance is te definiëren als het systeem voor het reguleren en toezicht houden op gedrag en beleid van de onderneming en andere partijen die daardoor beïnvloed kunnen worden om verantwoord gedrag en duurzame groei te garanderen.[1] Het gaat dus om een systeem dat de verhoudingen binnen een onderneming beheerst. Een voorbeeld is de regelingen omtrent toezicht op het bestuur, waaronder rechten en plichten van een raad van commissarissen (“RvC”) of de algemene vergadering (“AV”).

In de afgelopen jaren zijn genoeg voorbeelden te vinden van vennootschappen die ten onder gingen vanwege wanbeheer, wanbeleid, onbehoorlijk bestuur en gebrekkig toezicht – die voorkomen hadden kunnen worden als de controle op het slecht functionerende deel van de onderneming meer rigide was geweest. Imtech is een prominent voorbeeld. Het ten onder gaan van een onderneming is op zichzelf geen probleem, maar wel als hierdoor een groot aantal anderen worden geraakt, zoals leveranciers, klanten en werknemers. Deze anderen worden aangeduid als stakeholders, oftewel zij die belang hebben bij (het voortbestaan en goed functioneren van) de onderneming.

De Code bevat een lijst aan principes toegespitst op een aantal aspecten van vennootschappen: naleving en handhaving van de code zelf, de accountantscontrole van de jaarrekening en het functioneren van het bestuur, RvC en AV. Elk principe is uitgewerkt tot bepaalde best practice bepalingen, die de vennootschap in beginsel moet naleven. De Code is op zichzelf ook niet bindend, maar brengt op grond van artikel 2:391 lid 5 BW wel verplichtingen met zich ten aanzien van de jaarrekeningen van beursgenoteerde vennootschappen. Beursvennootschappen moeten de best practices naleven of uitleggen waarom zij ze niet naleven (het comply-or-explain-beginsel).[2] Veel niet-beursgenoteerde ondernemingen met een maatschappelijke functie (denk aan verzekeraars) onderschrijven desalniettemin de Code en gaan daarbij dan ook te werk volgens dit comply-or-explain-beginsel.

Sinds de invoering in 2004 is de Code elk jaar geëvalueerd door de Monitoring Commissie. In het verleden is onder meer gekeken naar maatschappelijk verantwoord ondernemen (“MVO”), beloningsbeleid, transparantie omtrent benoeming en vertrek van bestuurders en commissarissen. Een rapport van de Monitoring Commissie uit 2013 geeft alvast wat indicaties over aandachtspunten voor de nieuwe Code: er is aandacht voor de positie van commissarissen, ook met het oog op de invoering van de one-tier board in 2013, waar uitvoerend bestuurders en toezichthoudend bestuurders in één orgaan zitten’. Daarnaast blijft MVO een punt van zorg en zal vermoedelijk aandacht komen voor de manier waarop niet-beursgenoteerde onderneming de Code (vrijwillig) naleven. Hierover meer in deel twee van deze update, die later volgt.

 

Door: Koen Bakker

 

\[1] De Plessis, Hargovan, Bagaric & Harris, Principles of contemporary corporate governance, 2015, p. 4, 13.

[2] Artikel 1 van Besluit van 23 december 2004 tot vaststelling van nadere voorschriften omtrent de inhoud van het jaarverslag, Stb. 2004-747.

Previous post

Auteursrecht op ‘aap-selfie'

Next post

Piramidespelen in China