Op 11 februari 2016 publiceerde de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (de “Commissie”) een voorstel voor herziening (het “Voorstel”) van de Nederlandse Corporate Governance Code (de “Code”), laatstelijk gewijzigd in 2009. Op het voorstel konden geïnteresseerden tot en met 6 april hun commentaar sturen. In een eerdere update heb ik het concept van de Code in zijn algemeenheid besproken. In dit deel bespreek ik de voorgestelde wijzigingen. Het voorstel kent zeven speerpunten, te weten: i) langetermijnwaardecreatie; ii) risicomanagement; iii) bestuur en toezicht; iv) bedrijfscultuur; v) beloning; vi) de aandeelhoudersrelatie; en vii) het comply-or-explainbeginsel.

 

Punten i en iv – langetermijnwaardecreatie en bedrijfscultuur

Sinds de crisis komt vanuit de maatschappij veel kritiek op de kortetermijnvisie van veel ondernemingen, maar ook aandeelhouders beginnen meer op een langetermijnvisie aan te sturen. Veelal wordt de oorzaak van de kortetermijnvisie toegeschreven aan perverse (belonings)prikkels binnen het bedrijf. De juiste prikkels vinden is natuurlijk een logische oplossing voor de negatieve gevolgen die een kortetermijnvisie met zich brengt. Het Voorstel loopt hier alvast op vooruit door aan het bestuur de verantwoordelijkheid op te leggen een langetermijnstrategie vast te stellen, waarbij ook aandacht is voor de stakeholders van de vennootschap. Deze strategie is onderhevig aan goedkeuring van de raad van commissarissen en moet in het jaarverslag verantwoord worden. In verband met deze strategie moet het bestuur ook een gedragscode vaststellen, zodat de langetermijnvisie deel wordt van de bedrijfscultuur.

Punt ii – risicomanagement
Slecht (financieel) risicomanagement wordt ook gezien als een (mede)veroorzaker van de crisis. Goed risicomanagement is bovendien essentieel voor langetermijnwaardecreatie. Het Voorstel eist daarom dat het bestuur verantwoordt welke risico’s zij neemt en bereid is te nemen (‘risk appetite’) en dat het bestuur interne risicobeheersings- en controlesystemen ontwikkelt. Ook legt het Voorstel aan het bestuur de plicht op onregelmatigheden bij de raad van commissarissen te melden. Het risicomanagement strekt zich bovendien uit tot niet-financiële risico’s, zoals de impact van de koers van de vennootschap op het milieu.

Punt iii – Bestuur en toezicht
Onder deze algemene term vallen een aantal aspecten. Een van de meer interessante punten is dat in geval van een (dreigende) overname de doelvennootschap een commissie van bestuurders en commissarissen moet instellen die de taak krijgt om besluiten omtrent de overname voor te bereiden. Een ander punt betreft de zogenaamde Executive Committee (“Exco”). Dit is een commissie (géén vennootschappelijk orgaan) die het dagelijks bestuur van de vennootschap voor haar rekening neemt, terwijl de leden (vaak) geen bestuurders zijn, maar leden van het hogere management. Om enige sturing te geven aan deze ‘bestuursachtige’ commissie, stelt het Voorstel bepaalde eisen aan de deskundigheid van de leden. Ook moet het bestuur van vennootschappen met een Exco verantwoorden waarom zij een Exco heeft ingesteld, de rol daarvan en hoe zij opereert.

Punten v-vii – beloning, aandeelhouders en het comply-or-explainbeginsel
Deze punten betreffen hoofdzakelijk verduidelijking en actualisering van de bestaande bepalingen. Zo worden minimumeisen gesteld aan de uitleg die gegeven moet worden als een vennootschap afwijkt van een bepaald principe in de Code: ondernemingen kunnen niet meer volstaan met een (zeer) sumiere toelichting op een beginsel waarvan zij afwijken.

Oordeel
Met het Voorstel lijkt de Commissie te erkennen dat beursvennootschappen een belangrijke rol vervullen in het maatschappelijk verkeer. De Commissie neemt ook een standpunt in binnen het maatschappelijk debat. De wijzigingen respecteren die maatschappelijke rol door meer checks and balances te implementeren. Dat een goede corporate governance niet zaligmakend is, blijkt uit het Enron-schandaal in Amerika: die vennootschap voldeed aan allerlei (toen geldende) wettelijke eisen maar ging toch aan fraude ten onder. De Commissie lijkt hier ook aan gedacht te hebben door langetermijnwaardecreatie en bedrijfscultuur aan elkaar te koppelen. De aandacht voor de Exco is een mooi voorbeeld van de actualisering: de Code volgt hier de praktijk.

Het Voorstel had mijns inziens verder kunnen gaan op het gebied van risicomanagement. Twijfelachtig is of het voldoende is dat dit een bestuursverantwoordelijkheid wordt gemaakt (was het dat immers niet al?) en een meldingsplicht op te leggen (bestond die de jure niet ook al?), maar uiteindelijk is het aan de wetgever om hieromtrent nadere regels te stellen. Bovendien kan van de uitdrukkelijke bepalingen in de Code een normerende werking uitgaan en hopelijk zal dat ook zo blijken te zijn.

 

Door: Koen Bakker

Previous post

De claimemissie van Delta Lloyd

Next post

Wanorde bij FC Twente