Henk Nijboer heeft zwaard en schild opgenomen tegen de “excessen” van private-equitybedrijven. Hij wil met een twaalfpuntenplan, inmiddels voor de Tweede Kamer, deze excessen aan banden leggen. Nijboer staat daarin niet alleen. Ook beleggers zelf – waaronder pensioenuitvoerder PGGM (± €180 miljard beheerd vermogen) en de welbekende Warren Buffet, zijn kritisch op de kortetermijnvisie van (onder meer) de private-equityhuizen. Het bovenstaande roept drie vragen op: (i) hoe opereert private equity eigenlijk? (ii) wat is zo “excessief” aan hun werkwijze? en (iii) hoe noodzakelijk is de initiatiefnota?

“Private equity” is een vorm van vermogensbeheer (equity capital staat voor eigen vermogen en is te onderscheiden van debt capital, oftewel vreemd vermogen). Het soort private-equitybedrijven waar Nijboer zijn pijlen op richt heet leveraged buyout firms (hierna: LBF), ook wel sprinkhanen genoemd. Deze term staat voor bedrijven die andere ondernemingen overnemen (buyout) en die overname voornamelijk met schuld financieren oftewel: veel debt en weinig equity. De schulden worden zo gestructureerd dat deze (kort gezegd) terecht komen bij de overgenomen onderneming, waar deze schulden vaak vele malen het eigen vermogen bedragen. Doordat de overname met veel schuld en weinig eigen vermogen is gefinancierd en de schuld zelf niet bij de LBF ligt maar binnen de overgenomen onderneming is beland, is het rendement op de equity-investering van de LBF hoog (leverage).

Hoge schulden betekenen voorts hoge rentelasten. Hoewel de LBF de renten betaalt, komt de schuld zelf nog altijd voor rekening van de overgenomen onderneming. Dit leidt op papier tot een sterk drukkend effect op de winst waarover de vennootschapsbelasting berekend wordt en dus een relatief lage vennootschapsbelasting. Dit wordt veelal gezien als misbruik van belastingrecht.

Tegelijkertijd zorgt de overnemende LBF ervoor dat de onderneming vermogensbestanddelen te gelde gaat maken, soms ten koste van de toekomst van de onderneming, zodat de LBF zichzelf omvangrijke dividenden kan uitkeren. Een bekend voorbeeld van deze werkwijze is V&D. In deze casus verkocht de LBF – in casu Kohlberg Kravis Roberts (KKR) –,de winkelpanden waarin de V&D’s gevestigd waren onder het, ten behoeve van V&D, gelijktijdig afsluiten van huurovereenkomsten met de kopers. De feitelijke situatie veranderde niet, maar de omzet geboekt op de verkopen kon aan KKR worden uitgekeerd als dividend terwijl V&D met de huurlasten bleef zitten. Beleid zoals hiervoor omschreven, doorgevoerd door een bestuurder die door de LBF is aangesteld, zou wel eens in strijd kunnen zijn met het vennootschappelijk belang.

Natuurlijk gaat het hier slechts om één soort private-equitybedrijf. Slachtoffers van bovengenoemde werkwijze halen het nieuws, maar er zijn genoeg private-equitybedrijven met een langeretermijnvisie, zo erkent ook Nijboer.[1] Zij verschaffen kapitaal aan MKB-ondernemingen en start-ups of nemen bedrijven over, waarbij zij soms ook gebruik maken van schuldstructuren, maar niet zo ver gaan dat de continuïteit van het bedrijf er onder lijdt. Zij proberen juist de bedrijfsprocessen te optimaliseren, bijvoorbeeld door de verkoop van onderdelen die slecht presteren binnen het bedrijf. LBF’s betogen ook weleens dat ook zij slecht presterende ondernemingen opkopen en optimaliseren. Dit argument gaat echter niet op wanneer LBF’s de overgenomen onderneming volladen met schulden en, na de winst te hebben opgestreken, de onderneming ontredderd achterlaten. Een voorbeeld van een geval waar de tussenkomst van een private-equitybedrijf niet leidde tot de ondergang van de onderneming is NIBC. Deze bank kwam in 2005 in private-equityhanden en is sindsdien door de nieuwe eigenaar gesaneerd zonder schrijnende ontslagen of exorbitante dividenduitkeringen.[2] De bank doet het ook op het gebied van corporate social responsibility redelijk.[3]

Is Nijboers initiatiefnota nu broodnodig, gelet op het V&D-verhaal, of juist populistisch, gelet op het NIBC-verhaal? Het antwoord ligt natuurlijk in het midden. Nijboer richt zich op de leveraged buyout firms, welke slechts een deel van alle private-equitybedrijven uitmaken. Bovendien maken ook andere bedrijven misbruik van de gaten in de vennootschapsbelasting die Nijboer beoogt te dichten. Ook al zou Nijboer genuanceerder kunnen zijn, zijn nota verdient mijns inziens serieuze aandacht.

                                                     Door: Koen Bakker

[1] Kamerstukken II, 2014-2015, 34267, 3, p. 4-5.

[2] Zie ook: www.fd.nl/ondernemen/1116398/nijboerbank.

[3] Zie: www.eerlijkegeldwijzer.nl/bankwijzer.

Previous post

Grootste overname aller tijden in de brouwerijsector

Next post

Ik staak, jij staakt, wij staken