13 oktober van dit jaar heeft het Amerikaanse hedgefund Pershing Square Capital Management heeft de gang naar de Nederlandse beurs gemaakt. Deze effecten zijn hierdoor beschikbaar gekomen voor de Nederlandse belegger. Aan het investeren in effecten zitten risico’s verbonden, dat is voor vrijwel iedereen duidelijk, maar hoe omvangrijk zijn deze risico’s en waar moet je precies op letten? Doordat ondernemingen soms moeilijk inzichtelijk zijn, is het niet altijd eenvoudig de risico’s vast te stellen. De wetgever heeft de belegger daarom een helpende hand toegestoken in de vorm van de verplichte prospectus.

 

De prospectus is, kort gezegd, een document of een aantal documenten die trachten het voor de belegger inzichtelijk te maken waar zij in investeren. Het beoogt enige bescherming te bieden, aangezien er omvangrijke risico’s verbonden (kunnen) zijn aan de aankoop van effecten. Hierbij dient de prospectus zich te richten op de zogenaamde Maatman-belegger.[1] Volgens de Hoge Raad hoeft er geen bescherming geboden te worden aan de hooggekwalificeerde en ervaren belegger, zij worden immers geacht deze risicoanalyse zelf te kunnen maken. Daar staat tegenover dat het investeren in effecten een risicovolle onderneming is en het niet wenselijk wordt geacht om volledige bescherming te bieden. De bescherming ziet derhalve toe op de middenweg. De vermoedelijke verwachtingen van een gemiddelde, omzichtige en oplettende gewone belegger. De belegger moet wel zelf blijven nadenken.

 

De Wet op het Financieel Toezicht (hierna: Wft) biedt een drietal vormen waarin de prospectus gegoten kan worden. De prospectus kan bestaan uit één enkel document, waarin alle aspecten worden opgenomen. Dit wordt vaak bij zogenaamde Initial Public Offerings (IPO’s) gedaan, hiervan is sprake bij de eerste gang naar de beurs van een onderneming. Daarnaast kan de prospectus worden verdeeld over drie documenten. Ieder document draagt hierbij zorg voor een gedeelte van de informatievoorziening. Belangrijk bij deze vorm is het vereiste van een samenvatting, waarin in niet-technische termen de risicoanalyse moet worden samengevat. Het kan ook als een basisprospectus naar buiten worden gebracht. Deze mogelijkheid staat enkel open wanneer er sprake is van een effect zonder aandelenkarakter. Deze effecten zijn over het algemeen veiliger hoeven daardoor minder uitvoering toegelicht te worden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij obligaties van banken.

 

Naast de ratio achter de prospectus en de vorm hiervan is het belangrijk, zo niet het belangrijkst, om te voldoen aan de inhoudelijke eisen uit de Wft. De inhoud valt uiteen in de publiekrechtelijke en privaatrechtelijke eisen. Publiekrechtelijk dient de prospectus te voldoen aan de eisen uit de Wft en de Prospectusverordening. Artikel 5:13 Wft omschrijft de inhoudelijke eis als volgt: ‘alle gegevens die (…) van belang zijn voor het vormen van een verantwoord oordeel over het vermogen, de financiële positie, het resultaat en de vooruitzichten van de uitgevende instelling’. Er moet derhalve, zoals reeds is opgemerkt een zo volledig mogelijk beeld gevormd worden van de risico’s die het desbetreffende effect met zich meebrengt en alle informatie omtrent de ‘gezondheid’ van de onderneming. Net als onze eigen gezondheid, wordt de gezondheid van een onderneming bepaald door de som der delen en behoeft de belegger derhalve alle (relevante) informatie. Om dit inzichtelijk te maken wordt alle informatie verstrekt die de belegger nodig kan hebben voor zijn beeldvorming, zoals de organisatiestructuur, de verantwoordelijke personen, de bedrijfsactiviteiten en kapitaalmiddelen. Privaatrechtelijk wordt er aangevlogen vanuit de oneerlijke handelspraktijken. Artikel 193f onder f van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek geeft het dwarsverband met de Wft. Deze privaatrechtelijke kant ziet vooral op de (mogelijke) aansprakelijkheid van de uitgevende instelling.

 

Waar moet je dus op letten bij het investeren in effecten? De prospectus. Dit document of documenten biedt de duidelijkheid die de gemiddelde en oplettende belegger nodig heeft om een afgewogen besluit te nemen. De prospectus groeit door de enorme hoeveelheid (inhoudelijke) eisen echter vaak uit tot een heus boekwerk, wat de toegankelijkheid bepaald niet bevordert. Toch biedt het de nodige informatie en kan een belegger hierdoor een weloverwogen besluit nemen. Volledige bescherming biedt de prospectus niet, maar ja, de risico’s verbonden aan effecten zijn en blijven natuurlijk part of the game.

[1] HR 27 november 2009, VEB/World Online.

 

Door: Leon Engelen

Previous post

Rechtsbescherming van minderheidsaandeelhouders

Next post

Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen: een typisch broekzak-vestzak geval?