Het inmiddels overbekende schandaal dat de roepnaam Dieselgate heeft gekregen, bedreigt Volkswagen welhaast met de ondergang. Vanwege een enorme hoeveelheid claims, dreigende boetes en dalende verkopen heeft Volkswagen het vaststellen van de jaarrekening voor afgelopen jaar al moeten uitstellen en heeft het een lening van €20 mld. afgesloten om de kosten van de claims en boetes op te vangen.

Een belangrijk deel van de dreigende claims komt van beleggers. In de dagen na het bekend worden van het schandaal kelderde de beurskoers van Volkswagen met ruim 35%. Voor dit verlies wensen beleggers gecompenseerd te worden door het Duitse concern. In verschillende landen en via verschillende wegen proberen beleggers daarom schadevergoeding te krijgen. In Nederland doet onder meer de Vereniging Effectenbezitters (hierna: ‘VEB’) dit op de voet van art. 3:305a BW. Via deze route probeert de VEB een verklaring voor recht te verkrijgen omtrent het onrechtmatig handelen van Volkswagen jegens de beleggers. De onrechtmatige gedraging van Volkswagen bestaat volgens de VEB uit het doen van misleidende uitingen over de uitstoot van bepaalde dieselauto’s, waardoor de jaarrekeningen over 2008 tot 2014 geen getrouw beeld geven van de behaalde resultaten. Door de misleiding hebben beleggers tegen een te hoge beurskoers gehandeld. Bovendien onthield Volkswagen haar beleggers koersgevoelige informatie toen de Amerikaanse autoriteiten in mei 2014 de sjoemelsoftware op het spoor waren gekomen.[1] Naast de VEB is in Nederland een onafhankelijke stichting actief die door middel van de WCAM-procedure (art. 7:907 e.v. BW) een algemeen verbindende schikking probeert te verkrijgen. In het claimland bij uitstek, de Verenigde Staten, zijn ondertussen zo’n 500 rechtszaken gebundeld tot één collective class action voor de rechter in Californië.

Volkswagen zou natuurlijk niets liever doen dan wereldwijd alle claims in één keer afwikkelen zodat het weer vooruit kan kijken. De thans in Nederland en de VS geïnitieerde collectieve acties kunnen hier echter niet voor zorgen. Dit komt doordat met een Nederlandse collectieve actie slechts een verklaring voor recht kan worden verkregen, geen schadevergoeding (art. 3:305a lid 5 BW). De Amerikaanse class action waarin wel een schadevergoeding kan worden toegekend, heeft als nadeel dat sinds 2010 de extraterritoriale werking ervan sterk is ingeperkt.[2] Waar tot 2010 de Amerikaanse rechter een gangbare route was voor aandeelhouders wereldwijd, staat die route in het onderhavige geval alleen voor Amerikaanse beleggers open.

Mogelijk kan de Nederlandse WCAM-procedure verlossing bieden voor Volkswagen. Het doel van de eerdergenoemde stichting is om een schikking te treffen met Volkswagen en deze op de voet van art. 7:907 e.v. BW  verbindend te laten verklaren door het Gerechtshof Amsterdam (OK), die actief toetst of de schikking redelijk is. Na verbindendverklaring zijn alle gedupeerde beleggers in beginsel gebonden aan de schikking, tenzij zij in een opt-out verklaring te kennen geven dat zij dit niet willen. Zij kunnen dan eventueel individueel verder procederen tegen Volkswagen. Bijzonder aan deze procedure is dat Nederland het enige EU-land is waar een schikking verbindend kan worden verklaard. Het Gerechtshof Amsterdam acht zich bovendien bevoegd kennis te nemen van (vrijwel) geheel buitenlandse vorderingen.[3] Binnen de Europese Economische Ruimte zorgt art. 36 lid 1 van de Brussel Ibis Verordening ervoor dat lidstaten de schikking moeten erkennen. Uniek aan de thans gezochte schikking met Volkswagen is dat de verbindendverklaring ervan mogelijk ook in de VS effect zal hebben. De stichting wordt namelijk bijgestaan (zowel financieel als juridisch) door het Amerikaanse advocatenkantoor Bernstein Litowitz Berger & Grossmann, dat tevens hoofdaanklager in de Amerikaanse class action is. Ook de Amerikaanse rechter Charles Breyer, die alle rechtszaken in de VS tegen Volkswagen coördineert, heeft zich hiervoor uitgesproken.[4]

Na de Converiumbeschikking zou dit de mogelijkheden voor het afwikkelen van buitenlandse claims in Nederland verder verruimen tot buiten de EER, in het bijzonder tot de VS. Overigens is ook tegen het Braziliaanse Petrobras een Nederlandse schikking in de maak. Het is nog dus even afwachten welke beschikking over enige jaren in de voor studenten voorgeschreven jurisprudentie verschijnt.

 

————————————————–

[1] Persbericht VEB: https://www.veb.net/artikel/05897/veb-dagvaardt-volkswagen

[2] In het arrest Morrison v. National Australia Bank oordeelde de Amerikaanse Supreme Court dat zij niet meer bevoegd is kennis te nemen van zogenaamde F-cubed vorderingen. Dit zijn vorderingen van aandeelhouders die niet woonachtig zijn in de VS, die worden ingesteld tegen een buiten de VS gevestigde onderneming en die betrekking hebben op effecten die niet op een Amerikaanse beurs zijn verhandeld.

[3] Zie Hof Amsterdam 17 januari 2012, JOR 2012/51 m.nt. B.J. de Jong (Converium). Deze schikking had betrekking op een Zwitserse vennootschap met voornamelijk niet-Nederlandse aandeelhouders, maar was niet verbindend ten aanzien van Amerikaanse beleggers. Zij hebben hun schade door middel van een afzonderlijke Amerikaanse class action vergoed gekregen.

[4] H. Jessayan, ‘Kans dat Amerika Nederlandse schikking VW volgt’, FD 16 februari 2016.

Previous post

Piramidespelen in China

Next post

De claimemissie van Delta Lloyd