In de praktijk worden met regelmaat door bestuur en/of commissarissen van bijvoorbeeld beursvennootschappen toezeggingen gedaan in de aandeelhoudersvergadering. Een voorbeeld van zo’n toezegging is de mededeling aan aandeelhouders dat voor een bepaald bestuursbesluit goedkeuring van aandeelhouders zal worden gezocht, ook als dit op grond van de wet en de statuten niet nodig is. Daarbij wordt er vanuit gegaan dat dergelijke toezeggingen geldend zijn. Is dat ook zo? Zijn bestuur en commissarissen niet gewoon gebonden aan wet en statuten?  En als dergelijke toezeggingen worden gedaan, wat zijn daarvan dan de gevolgen? En kunnen zij die zich door zo’n toezegging benadeeld voelen daartegen opkomen?

Sven Dumoulin, hoogleraar Internationaal Ondernemingsrecht aan de Vrije Universiteit en voormalig General Counsel en lid van het Executive Committee van AkzoNobel, zal 20 november over dit onderwerp komen spreken.

Schrijf je in voor deze lezing en zet 20 november 2018 van 12:15 tot 13:15, lokaal Gr. -1.075 in je agenda! Natuurlijk verzorgt Eques de lunch.

Previous post

Voorontwerp Wet opheffing verpandingsverboden in het kort

Next post

Dit is het meest recente bericht.