Eerder dit jaar belandde de 72-jarige Samsung topman Lee Kun-hee in het ziekenhuis na een hartaanval. Tot op heden is zijn functie nog niet vervuld door iemand anders. Verwacht wordt dat zoon Jay Y. Lee de plaats van zijn vader zal innemen.

Hoewel de boardroomperikelen van een Koreaans bedrijf voor menigeen een ver-van-mijn-bedshow zal zijn, roept het wel de vraag op wat er zou gebeuren als een dergelijke gebeurtenis zich voordoet bij een Nederlandse onderneming. Is het een beletsel voor het functioneren van de onderneming? De regeling omtrent ontstentenis en belet is gecodificeerd in de artikelen 2:134 lid 4 (NV) en 2:244 lid 4 (BV) BW.

 

Allereerst het verschil tussen ontstentenis en belet. De wet definieert dit niet, maar in de praktijk is dat uitgekristalliseerd tot het volgende. Onder ontstentenis moet worden verstaan de situatie dat de bestuurder ophoudt bestuurder te zijn, bijvoorbeeld door overlijden of ontslag. Onder belet wordt de situatie verstaan dat de bestuurder tijdelijk zijn functie niet mag uitoefenen. Dit omdat hij bijvoorbeeld geschorst is, of zijn functie niet kan uitoefenen vanwege een langdurige ziekte of absentie. In het geval van Samsung kunnen we dus spreken van belet.

 

De tweede volzin van artikel 2:134 lid 4 BW bepaalt dat de statuten voorschriften kunnen bevatten indien één of meer van de bestuurders belet is. Goed is te zien dat het hier gaat om een kan-bepaling en deze dus alleen geldt indien er geen sprake is van ontstentenis of belet van het gehele bestuur. Dan is namelijk de eerste zin van het voornoemde artikel van toepassing. In beginsel is het zo dat – mocht er sprake zijn van ontstentenis of belet van een van de bestuurders maar niet het gehele bestuur – het overblijvende deel van het bestuur gewoon vertegenwoordigingsbevoegd blijft in de zin van artikel 2:130/240 lid 1 BW. Het feit dat de heer Lee op dit moment belet is, levert naar Nederlands recht dus geen problemen op voor Samsung. Als gezegd kunnen de statuten een regeling bevatten indien er sprake is van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders. Te denken valt aan de situatie dat een lid van de Raad van Commissarissen (RvC) de taken van de bestuurder(s) in kwestie waarneemt.

 

In het geval dat er sprake is van ontstentenis of belet van het gehele bestuur verplicht de wet dat de statuten een regeling bevatten. In het geval dat de ontstentenis of het belet niet het gehele bestuur betreft is dat facultatief, zoals we hierboven gezien hebben. Een voor de hand liggende optie is om de leden van de RvC aan te wijzen als tijdelijke bestuurders. De personen die in geval van ontstentenis en belet de taken van het bestuur waarnemen, zijn blootgesteld aan dezelfde regels van bestuurdersaansprakelijkheid en –verantwoordelijkheid als de bestuurders die zij vervangen. Dit volgt uit de artikelen 2:151 en 2:261 BW. Dit is te herleiden tot de gedachtegang dat derden niet hoeven te lijden onder het gegeven dat er een situatie van ontstentenis of belet bij de vennootschap is.

 

De regeling voor de BV is anders dan die voor de NV. Artikel 2:244 lid 4 BW bepaalt dat de statuten een regeling moeten bevatten indien er sprake is van ontstentenis of belet van een of meer bestuurders. Het facultatieve karakter ontbreekt. Tevens kan statutair bepaald worden wanneer sprake is van belet.

 

Kort en goed. Vormt een situatie van ontstentenis of belet een beletsel voor het functioneren van de onderneming? Gelet op het bovenstaande moet het antwoord ontkennend luiden. De wet kent een beknopte doch heldere regeling. Indien geen sprake is van ontstentenis of belet van het gehele bestuur is het de vrije keuze van de vennootschap of zij al dan niet een regeling in haar statuten opneemt. Doet zij dit niet, dan blijven de overige bestuurders gewoon bevoegd. Dit geldt alleen voor de NV. De vennootschap is verplicht een statutaire regeling te treffen indien er sprake is van ontstentenis of belet van het gehele bestuur. Personen die de zaken van de bestuurders waarnemen, dragen dezelfde verantwoordelijkheden en risico’s aansprakelijk te worden gesteld. Op deze wijze worden de posities van derden beschermd.

 

Door: Martjan Roelofsen

Previous post

Nederlandse banken verlost van stress(test)

Next post

Kan een ontbonden rechtspersoon gereanimeerd worden?