Op 1 februari 2013 werd bank en verzekeraar SNS Reaal overgenomen door de Nederlandse Staat om een faillissement van het bedrijf af te wenden. Door deze nationalisatie zijn de aandeelhouders onteigend en zijn zij daarmee hun aandelen kwijtgeraakt. Alle aandelen van SNS zijn hierdoor in overheidshanden terecht gekomen, zonder dat de aandeelhouders voor hun overgenomen aandelen zijn gecompenseerd. Genoeg reden voor de gedupeerde aandeelhouders om een enquêteprocedure te starten om inzage te krijgen in de feiten die hebben geleid tot de nationalisatie van SNS.

Bij de onteigening van SNS Reaal werd voor de eerste keer gebruik gemaakt van de bevoegdheden uit de Wet op het financieel toezicht (hierna: Interventiewet), die in 2012 in werking is getreden. Deze wet biedt de Staat een aantal mogelijkheden om preventief in te grijpen bij financiële ondernemingen, wanneer dat noodzakelijk is voor de stabiliteit van de onderneming. Een van de bevoegdheden uit de Interventiewet is de bevoegdheid tot het onteigenen van aandelen van de onderneming, opgenomen in artikel 6:2 Wft. De aandelen kunnen hierdoor gedwongen worden overgenomen van de aandeelhouders.[1]

Bepaalde belanghebbenden kunnen de rechter verzoeken een enquêteprocedure te starten, waarbij de rechter een onderzoek kan gelasten naar de gang van zaken binnen een bedrijf en mogelijk wanbeleid door het bestuur van dat bedrijf. Hiervoor moet eerst een verzoekschrift worden ingediend bij de Ondernemingskamer. De wet spreekt in artikel 2:346 BW duidelijke taal over wie bevoegd is tot het indienen van dit verzoekschrift; bij vennootschappen met een geplaatst kapitaal van maximaal 22,5 miljoen euro, zijn bevoegd de aandeelhouders die alleen of samen 10 procent van het geplaatst kapitaal vertegenwoordigen of aandelen bezitten van een nominale waarde van 225.000 euro. Bij vennootschappen met een geplaatst kapitaal van meer dan 22,5 miljoen euro, zijn de aandeelhouders bevoegd die alleen of samen ten minste 1 procent van het geplaatste kapitaal vertegenwoordigen of, indien sprake van een beursvennootschap, een aandelenpakket hebben ter waarde van minimaal 20 miljoen euro. De wet spreekt echter niet over onteigende aandeelhouders. Zij bezitten hun aandelen immers niet meer en kunnen daarom niet voldoen aan deze kapitaalseis. SNS betoogde daarom dat de aandeelhouders door de onteigening ook het recht op een enquêteonderzoek hebben verloren.

Beleggersvereniging VEB zette namens de SNS-aandeelhouders in op een enquêteprocedure en verzocht de Ondernemingskamer om een onderzoek te gelasten. Op 8 juli 2015 werd de uitspraak gewezen en werd beslist over de ontvankelijkheid van de aandeelhouders. De Ondernemingskamer oordeelde dat de onteigening op grond van de Interventiewet niet tot doel heeft om meer rechten en bevoegdheden aan de onteigende aandeelhouders te ontnemen dan strikt noodzakelijk is. Het niet meer voldoen aan de kapitaalseis van artikel 2:346 BW als gevolg van deze onteigening vormt daarom geen beletsel om enquêtebevoegd te worden geacht.[2]

Deze beslissing van de Ondernemingskamer over de ontvankelijkheid komt sterk overeen met de beslissing die werd genomen bij de Slotervaart-uitspraak. Daarbij ging het om een gedwongen aandelenemissie waardoor het belang van de meerderheidsaandeelhouder zodanig werd verwaterd dat niet meer voldaan werd aan de kapitaalseis. Ook daar besliste de Hoge Raad dat het niet meer voldoen aan de kapitaalseis als gevolg van de uitgifte, geen beletsel vormt om bevoegd te worden geacht tot het indienen van een onderzoek.[3] De SNS-aandeelhouders zijn door de onteigening hun enquêterecht dus gelukkig niet kwijt geraakt. Naar mijn mening had de Ondernemingskamer niet anders kunnen beslissen dan de voormalige aandeelhouders ontvankelijk te verklaren voor het verzoeken van een onderzoek. Het enquêterecht beschermt de aandeelhouders immers bij mogelijk wanbeleid. Indien zij dit recht zouden verliezen bij een gedwongen onteigening of verwatering, zou dit betekenen dat een onderneming waarin mogelijk wanbeleid heeft plaatsgevonden zich daar achter kan verschuilen.

Auteur: Gelare Ghieratmand

[1] Rapport van de Evaluatiecommissie Nationalisatie SNS Reaal, bijlage bij Kamerstukken II 2013/14, 33532, 32.

[2] Hof Amsterdam (OK) 8 juli 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:2779.

[3] HR 11 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:905.

Previous post

De uitkoopprocedure herzien

Next post

De twee petten van Brian Moynihan