Een Chinees online platform (Ezubo) dat bestemd is voor peer-to-peerleningen zou niets meer zijn dan een piramidespel. Bijna een miljoen Chinese particuliere beleggers zouden samen via dit platform voor zo’n 50 miljard yuan, omgerekend 7 miljard euro, in niet-bestaande leningen hebben geïnvesteerd. Van de projecten op de website bleek 95% niet te bestaan. De website is uit de lucht gehaald en de politie heeft 21 mensen gearresteerd, waaronder de topman van het moederbedrijf van Ezubo. De gedupeerde beleggers protesteerden op straat en eisten hun geld terug. In deze update behandel ik de vraag of gedupeerden, wanneer deze zaak zich voor zou hebben gedaan in Nederland, naar het Nederlandse recht hun schade zouden kunnen verhalen.

Alvorens ik op de bovengenoemde vraag in zal gaan, leg ik kort uit welk spel Ezubo met haar beleggers speelde. Het gaat om het zogenaamde piramidespel door middel van peer-to-peerleningen. Dit is eigenlijk een vorm van crowdfunding: leners en uitleners kunnen een geldtransactie uitvoeren zonder tussenkomst van traditionele financiële instanties, zoals banken. Bij een piramidespel wordt de inleg van nieuwe deelnemers gebruikt om aan bestaande deelnemers uit te keren. Zo lijkt het alsof er (beleggings-)winst wordt geboekt. Die nepwinst trekt vervolgens weer nieuwe deelnemers aan, waardoor het piramidespel in stand kan blijven.

Het piramidespel vertoont in de kern sterke overeenkomsten met de Ponzi-zwendel, namelijk dat bestaande beleggers uit de inleg van nieuwe beleggers worden betaald waarbij geld wordt aangetrokken en doorgeleend. Het verschil is dat bij de Ponzi-zwendel de beleggers niet zelf voor nieuwe beleggers moeten zorgen, dit doen de organisatoren.

Een recent arrest waar sprake was van een Ponzi-zwendel is de zaak Palm Invest. In deze zaak richtten de vrienden Danny Klomp en Remco Voortman een beleggingsfonds op. Bedoeling was een fonds op te zetten waarin mensen konden investeren, het fonds Palm Invest zou vervolgens het geld van de beleggers weer investeren in de aankoop van appartementen en villa’s op de Palmeilanden in Dubai. Achteraf bleek dat de beleggers betaald werden met het geld van nieuwe beleggers. Palm Invest bleek te berusten op een Ponzi-zwendel.[1] In september 2009 maakte het Openbaar Ministerie bekend dat er uiteindelijk ruim 400 beleggers geld ingelegd hebben voor een totaal bedrag van 30 miljoen euro. Van die 30 miljoen werd 4 miljoen daadwerkelijk belegd in vastgoed, 20 miljoen werd uitgegeven aan privé-aankopen van Voortman en Klomp. De Hoge Raad heeft Klomp en Voortman in cassatie veroordeeld tot vier jaar en negen maanden cel.

Dit brengt ons tot de vraag: op wie kunnen de gedupeerde Chinese beleggers naar Nederlands recht hun schade mogelijk verhalen? Mocht er sprake zijn van financiële transacties met tussenkomst van een bank, dan heeft de bank mogelijk de op haar rustende bijzondere zorgplicht geschonden door geen onderzoek te starten naar de activiteiten van Ezubo.[2] Ten tweede kan middels een collectieve actie (art. 3:305a BW) een schadevergoedingsprocedure worden gestart bij de rechter. Een nadeel is dat schadevergoeding in de vorm van geld uitgesloten is in lid 3 van art. 3:305a BW, de rechter kan slechts een onrechtmatigheidsoordeel geven.[3] Daarnaast kunnen de gedupeerden ieder voor zich Ezubo aansprakelijk stellen. De kans dat ze daarmee hun geld terug krijgen acht ik echter zeer klein.

 

———————————–

[1] HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1784 (Palm Invest).

[2] HR 23 december 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3713 (Safe Haven).

[3] Zie ook: Anke Goossens, ‘De class action in rechtsvergelijkend perspectief’.

Previous post

De herziening van de Corporate Governance Code - Deel 1

Next post

Dieselgate mogelijk wereldwijd geschikt vanuit Nederland