Op dinsdag 24 februari 2015 heeft de Duitse minister van Binnenlandse Zaken besloten tot de verbodenverklaring van motorclub Satudarah. Grondslag voor dit besluit is dat de club ‘een gevaar vormt voor de maatschappij’. Volgens de Duitse krant Der Spiegel hebben Nederlandse leden van Satudarah automatische geweren zoals AK-47’s aan de Duitse leden geleverd. Is de Duitse verbodenverklaring van de van oorsprong Nederlandse motorclub een voorbode van een Nederlands verbod?

Rechtsvergelijkend onderzoek
Een vereniging in Duitsland wordt geregeerd door de Vereinsgesetz (Verenigingswet). Op grond van §3, tweede lid, onder 2 van die wet heeft de Duitse minister van binnenlandse zaken de bevoegdheid om een vereniging verboden te verklaren, zoals nu is gebeurd met Satudarah. Recentelijk is ook Islamitische Staat verboden verklaard. Opmerkelijk hieraan is dat de bevoegdheid dus ook geldt ten aanzien van verenigingen die buitenlands zijn of die niet formeel zijn opgericht.

De Duitse Innenminister kan een vereniging slechts verbieden indien het doel of de activiteit van de vereniging in strijd is met het strafrecht, het constitutionele recht of internationaal recht, §3, eerste lid. Bij de verbodenverklaring worden in beginsel de activa van de vereniging onteigend, hetgeen bij Satudarah met een grootscheepse politieactie is gebeurd.

In Nederland worden verenigingen geregeerd door het rechtspersonenrecht ex Boek 2 BW. Het is bij ons niet de minister die een vereniging kan verbieden, maar de rechter op verzoek van het Openbaar Ministerie. In beginsel kan een niet formeel opgerichte vereniging in Nederland ook verboden worden. Op grond van art. 2:30 BW kwalificeert een informele vereniging immers ook als rechtspersoon, en de verbodsmogelijkheid ex art. 2:20 BW ziet op rechtspersonen.

De grond voor een verbodenverklaring in Nederland is strijd met de openbare orde. De invulling van deze open norm is aan de rechtspraak overgelaten. Het meest recente en bekende voorbeeld waar een vereniging verboden is verklaard is Pedovereniging Martijn. Uit het arrest van de Hoge Raad kan gedestilleerd worden dat de verbodenverklaring moet gaan om een noodzakelijke maatregel om gedragingen te voorkomen die een daadwerkelijke en ernstige aantasting zijn van als wezenlijk ervaren beginselen van ons rechtsstelsel en die onze samenleving ontwrichten of kunnen ontwrichten.

Kan nu de actie in Duitsland ten aanzien van de motorclub Satudarah worden gezien als voorbode van acties tegen Nederlandse motorclubs?
Hierbij moet in de eerste plaats gewezen worden op de poging die het OM van november 2006 tot en met juni 2009 heeft gewaagd om Hells Angels te verbieden. Aangezien Hells Angels nog steeds bestaat, kunnen we concluderen dat die poging niet succesvol was. De Hoge Raad overwoog namelijk dat pas sprake is van strijd met de openbare orde als het gaat om handelen of nalaten dat kan worden toegerekend aan de vereniging. Wanneer de rechtspersoon bij gedragingen van derden, zoals members of binnen- of buitenlandse zusterorganisaties, zelf niet rechtstreeks betrokken is in die zin dat het bestuur daaraan leiding heeft gegeven of daartoe doelbewust gelegenheid heeft gegeven, kunnen die gedragingen aan de rechtspersoon slechts als eigen ‘werkzaamheid’ worden toegerekend indien bijzondere feiten en omstandigheden daartoe grond geven. Dit is een zware maatstaf die een zware bewijsopdracht voor het OM met zich meebrengt. De Hoge Raad acht deze zware maatstaf noodzakelijk in verband met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging.

In Duitsland bleek uit uitgelekte vertrouwelijk documenten dat op een vergadering was uitgesproken dat “geschillen tussen Satudarah en Hells Angels niet kunnen worden uitgesloten.” Bovendien hadden zich reeds massale vechtpartijen op de openbare weg voorgedaan en de leider van de motorclub was de Duisburgse crimineel Yildiray Kaymaz (a.k.a. Ali Osman). Mocht in Duitsland dezelfde strenge maatstaf als in Nederland gelden, dan zou hier met al deze feiten wellicht aan voldaan zijn. Andersom zou in Nederland vergelijkbaar bewijsmateriaal moeten worden vergaard voor een succesvolle poging van het OM tot verbodenverklaring.

Ivo Opstelten, minister van Veiligheid en Justitie, het OM en de politie gooien het echter over een andere boeg. Zij hanteren sinds de mislukking tegen de Hells Angels een zerotolerancebeleid tegen individuele leden van de diverse motorclubs. Die leden worden in de gaten gehouden en voor de rechter gebracht als zij crimineel gedrag vertonen.

 

Door: Jeroen van Calker

Previous post

Kan een ontbonden rechtspersoon gereanimeerd worden?

Next post

Bestuur 2015-2016