Inleiding

Crowdfunding is tegenwoordig een (relatief) algemeen bekende (alternatieve) financieringsvorm. De afgelopen jaren is ‘crowdfunding’ in termen van omvang sterk gegroeid. Zo sprak de AFM de verwachting uit dat in 2014 een respectievelijke (totale) ‘opbrengst’ van €37 mln zou worden behaald via crowdfunding.[1] In 2015 zou er €181 mln opgehaald zijn door bedrijven alleen.[2] In augustus dit jaar heeft de AFM een nieuwsbrief uitgebracht waarin de resultaten van een ‘consumentenonderzoek’ werden gedeeld.[3] In de (financiële) pers kunnen ook op regelmatige basis berichten worden gevonden over crowdfunding. Deze ontwikkelingen lijken mij een uitstekende aanleiding een kort overzicht te schetsen over de ins en outs van crowdfunding. Ik zal ook nog kort ingaan op het ‘consumentenonderzoek’ dat de AFM heeft uitgevoerd. Vanwege de beschikbare ruimte wijs ik erop dat deze update verre van uitputtend is en veel facetten niet behandelt.

Crowdfunding, wat is het?

Crowdfunding is een relatief nieuw fenomeen. Na (het hoogtepunt van) de financiële crisis in 2008 is het tot wasdom gekomen. Vanaf ongeveer 2011 is er serieuze interesse van toezichthouders en de wetenschap. De markt is nog volop in ontwikkeling. In het hierboven aangehaalde rapport van de AFM wordt de verwachting uitgesproken dat crowdfunding in 2020 zal zijn uitgegroeid tot volwassen markt.

Het begrip ‘crowdfunding’ is niet voorzien van een wettelijke definitie. De AFM geeft op haar website een nogal cryptische definitie.[4] Ik zal proberen het wat begrijpelijker op te schrijven. Bij crowdfunding zijn doorgaans drie partijen betrokken:

-de geldgever; dit is de investeerder of donateur. De geldgever kan zowel een onderneming als particulier zijn;

-de geldvrager; dit is een onderneming of particulier die financiering wenst;

-het crowdfundingsplatform; het (online) platform probeert geldgevers en geldvragers met elkaar te ‘matchen’ en valt er na het sluiten van de overeenkomst ‘tussenuit’. Het platform ontvangt doorgaans een fee van de geldvrager voor de geleverde diensten.

Financiering dient in principe plaats te vinden ten behoeve van een project. Er bestaat geen wettelijke definitie van ‘project’. In de praktijk kan crowdfunding min of meer aangewend worden als generieke ondernemingsfinanciering. Er bestaan grofweg vier vormen van crowdfunding:

Equity-based; bij deze vorm van crowdfunding wordt er in ondernemingen belegd door middel van de aankoop van effecten (dit zullen meestal verhandelbare aandelen of obligaties zijn). Het rendement van de geldgever zal de waardevermeerdering van de effecten en dividendbetalingen zijn.

Loan-based; bij deze vorm wordt er geld uitgeleend aan een onderneming of particulier. Het rendement zal de rentebetalingen op deze lening zijn.

Donation-based; bij deze variant doneert de geldgever aan de geldvrager.

Reward-based; de geldgever verwacht een niet-monetaire tegenprestatie – een reward – voor de gedane investering. Gedacht kan worden aan een vrijkaart voor het flora- en faunapark waarin is geïnvesteerd.

Mengvormen van bovenstaande financieringsvormen zijn overigens ook mogelijk. Een reward-based investering kan bijvoorbeeld worden omgezet in een donatie als het project niet van de grond komt. Enkel loan-based en equity-based crowdfunding zijn op dit moment gereguleerd. Donaties en reward-based ‘investeringen’ kwalificeren niet als financieel product of financiële dienst als gedefinieerd in art. 1:1 van de Wft waardoor een ‘toezichthandvat’ ontbreekt. Het is – zeker bij donation-based crowdfunding – ook maar de vraag of bescherming van de geldgever gewenst is. Een donateur aan een charitatief doel wordt immers ook niet beschermd. Bij reward-based crowdfunding ligt het uiteraard genuanceerder. Te denken valt aan ‘bescherming’ tegen onterecht niet-uitgevoerde projecten. Wellicht kan gekeken worden naar bescherming via het consumentenrecht of bescherming die de ‘markt’ biedt (garantie van aflevering die creditcardmaatschappijen bieden is hier een voorbeeld van).

Crowdfunding kent vooralsnog geen wettelijk kader. Toezicht wordt uitgeoefend door aan te knopen bij toezichtregimes van financiële ondernemingen.[5] Dit komt vaak nogal gekunsteld over. In het verleden was de AFM (net als andere toezichthoudende en wetgevende instanties in Europa) tegen een apart wettelijk kader voor crowdfunding. In haar wetgevingsbrief 2016 geeft de AFM aan op termijn wel een wettelijk kader te wensen.[6] De Minister kan zich hierin vinden.

Bestaansrecht van crowdfunding

Een belangrijke vraag heb ik nog niet beantwoord: waarom bestaat crowdfunding eigenlijk? Na (het hoogtepunt van) de crisis in 2008 werd het voor (met name) kleinere ondernemingen steeds moeilijker om financiering aan te trekken middels de klassieke banklening. Dit heeft er (onder meer) mee te maken dat banken aan strengere kapitaal- en leverageratio’s moeten voldoen conform het Bazel III-raamwerk.[7] Het gevolg is dat banken minder geld kunnen uitlenen en dat dan liever doen aan grote(re), (vaak meer) solvabele partijen. Met name het MKB valt dan buiten de boot. Om die reden is er een toenemende behoefte aan alternatieve financieringsvormen en crowdfunding is er daar een van.[8]

Consumentenonderzoek AFM

Zoals gezegd heeft de AFM begin dit jaar een consumentenonderzoek uitgevoerd. Er werd onder andere gevraagd hoe beleggers het risico van beleggen via crowdfunding inschatten. Opvallend is dat beleggen in aandelen uit de AEX als risicovoller wordt bestempeld dan crowdfunding. Aan de juistheid van deze inschatting kan wat mij betreft worden getwijfeld. De uitkomsten van het onderzoek worden door de AFM slechts summier gemotiveerd. Wellicht hebben met name onervaren beleggers een beperkte risicobewustheid, omdat ze het gevoel hebben dat hun investering ‘tastbaar’ is en ze ‘controle’ hebben. Daar valt in te komen: een investering in een lokale zorgboerderij (voorbeeld komt uit een recente tv-uitzending) zal voor veel onervaren beleggers nu eenmaal ‘veiliger’ voelen dan een investering in een AEX-aandeel. Rond deze tijd zal overigens een nieuw onderzoek aanvangen.

De AFM wil – mede naar aanleiding van dit onderzoek – met crowdfundingsplatformen in gesprek over (i) de risicoperceptie van investeerders en (ii) het investeren van een verantwoord deel van het vermogen. Sinds 1 april dit jaar geldt overigens al de ‘investeringstoets’ die inhoudt dat platforms verplicht zijn een bepaalde ‘toets’ af te nemen indien consumenten voor meer dan €500 willen investeren. De uitkomst is niet bindend, maar er moet dan wel nadrukkelijk gewezen worden op de risico’s van de investering. Waarschijnlijk zou de praktijk gediend zijn met duidelijke, geharmoniseerde informatieverplichtingen aan (potentiële) beleggers en een solide wettelijk kader.

Conclusie

Ik heb kort belicht wat crowdfunding is, welke ‘varianten ze kent en een aantal juridische aspecten. Zo is crowdfunding geen gedefinieerd begrip en bestaat er op dit moment geen wettelijk kader. De AFM heeft recentelijk een onderzoek uitgevoerd waarin onder andere de risicoperceptie van crowdfunding door consumenten aan de orde kwam. Hieruit lijkt te volgen dat veel mensen toch de risico’s onderschatten. Het is te hopen dat er snel een duidelijk, juridisch (toezicht)kader komt om zo het risico op ernstige ‘ongelukken’ te mitigeren.

 

 

[1] Zie een in december 2014 gepubliceerd rapport over crowdfunding van de AFM, te vinden via https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&ved=0ahUKEwif7s2FxefQAhXlDsAKHY9UDM0QFggcMAA&url=https%3A%2F%2Fwww.afm.nl%2F~%2Fprofmedia%2Ffiles%2Frapporten%2F2014%2Fcrowdfunding.ashx&usg=AFQjCNFVmG2L6oev7Rc7nB2mCnk4HQQJVw&sig2=00XRUe9eETSPko107TI1Rw&cad=rja.

[2] Zie een brief aan de Tweede Kamer van minister Kamp, te vinden via https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/12/06/steeds-meer-financiering-voor-steeds-meer-mkb-ers.

[3] Zie https://www.afm.nl/nl-nl/consumenten/nieuws/2016/mrt/onderzoek-crowdfundingbeleggers.

[4]Zie https://www.afm.nl/nl-nl/professionals/onderwerpen/crowdfunding-overig.

[5]De belangrijkste zijn die van het aanbieden van krediet (art. 2:60 Wft), bemiddelen in krediet (art. 2:80 Wft), het regime van de beleggingsonderneming (art. 2:96 Wft) en bemiddeling in het aantrekken van opvorderbare gelden (art. 4:3 Wft), zie het crowdfundingsregister van de AFM.

[6] Zie https://www.afm.nl/~/profmedia/files/afm/2016/wetgevingsbrief/wetgevingsbrief.ashx?la=nl-nl

[7] Leverage is de verhouding tussen het eigen vermogen en de exposure van een bank (zie nader art. 429-430 CRR). De leverage ratio is geïntroduceerd in het Bazel III-raamwerk en is vooralsnog een ‘proefballonnetje’. Een dezer dagen zal het Europees Parlement besluiten of deze ratio vanaf 2018 gehandhaafd zal blijven.

[8] Een andere is de kredietunie.

 

Previous post

Update: Stichting Continuïteit Delta Lloyd

Next post

Terugblik op 2016, vooruitblik op 2017