Onlangs werd door staatssecretaris Wiebes van Financiën het wetsvoorstel Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit voorstel houdt kort gezegd in dat overheidsondernemingen per 1 januari 2016 vennootschapsbelasting (Vpb) moeten gaan betalen. Met dit voorstel wordt beoogd tegemoet te komen aan een verzoek van de Europese Commissie. Het feit dat overheidsondernemingen op dit moment geen Vpb betalen en private ondernemingen wel zou concurrentievervalsend werken en in strijd zijn met het verbod op staatssteun. Waarom hoeft bijvoorbeeld het gemeentelijke zwembad geen winstbelasting af te dragen en het private zwembad in dezelfde gemeente wel? Beoogd wordt een gelijk speelveld te creëren tussen concurrerende overheids- en private ondernemingen. Het wetsvoorstel wordt mede door de vele uitzonderingen die het bevat als complex ervaren.

De Wet Vpb dateert uit de zestiger jaren en is in sommige opzichten verouderd. Zo zijn op dit moment alleen overheidsondernemingen Vpb-plichtig als dit in de wet wordt vermeld. Ondernemingen of typen ondernemingen (d.w.z. een bepaalde sector) kunnen apart worden toegevoegd. Dit is een star systeem. Daarnaast is de situatie veranderd ten opzichte van die uit de jaren zestig. Tegenwoordig is het takenpakket van overheden veel ruimer, klussen ze hier en daar bij en andersom vervullen private ondernemingen steeds vaker taken die voorheen voorbehouden waren aan overheidsondernemingen. Gelet op het voorgaande is het standpunt van de Commissie dat er verstoring van de mededinging plaatsvindt niet verrassend.

Het is de bedoeling dat alle economische activiteiten van de overheidsonderneming in een private rechtspersoon worden ondergebracht. Hiervoor zal de met de private markt concurrerende tak van de onderneming moeten worden afgesplitst. Nadeel hiervan is dat er dan nog slechts indirecte overheidsinvloed is. De governance zal opnieuw moeten worden vormgegeven en er is ook geen directe democratische verantwoordelijkheid meer. Het overheidslichaam zal immers slechts aandeelhouder van de afgesplitste onderneming zijn. Ook zal een dergelijke afsplitsing hoge kosten met zich mee brengen. Deze kosten kunnen mogelijk de prijs opdrijven. Het zou beter zijn de overheidsondernemingen niet af te splitsen. Er zal dan wel een gescheiden boekhouding moeten worden bijgehouden voor de overheidsactiviteiten en de economische activiteiten, maar deze verplichting is sinds 2012 reeds in de Mededingingswet verankerd.

De nieuwe wetgeving levert tal van problemen op. Ik zal er twee kort bespreken. Door de nieuwe wet zal een onderneming waar de gemeente door middel van het hierboven beschreven systeem aandeelhouder van is Vpb-plichtig worden. Er stromen dus extra inkomsten naar het Rijk. Dit is niet de bedoeling. Omdat met opbrengsten van economische activiteiten vaak publieke taken worden bekostigd, zal de gemeente compensatie van het Rijk willen. Wordt deze toegekend, dan heeft er in feite slechts een kasrondje plaatsgevonden. In de situatie dat een Nederlands overheidsbedrijf concurreert met een buitenlands overheidsbedrijf zullen er ook problemen ontstaan. Denk bijvorobeeld aan internationale zeehavens of vliegvelden. Als de Nederlandse onderneming belastingplichtig is en de buitenlandse niet zal er een concurrentienadeel ontstaan. Enkel een gelijktrekking van fiscale regelgeving op Europees niveau zal dit probleem kunnen ondervangen.

Concluderend kunnen we stellen dat het streven naar een gelijk speelveld tussen overheids- en private ondernemingen lovenswaardig en van deze tijd is, maar dat het complexe wetsvoorstel een hoop problemen met zich mee brengt. Sommige problemen, zoals de directe democratische vertegenwoordiging, zullen relatief makkelijk te ondervangen zijn door de onderneming niet af te splitsen van het overheidslichaam dat de publieke taak uitoefent. Andere problemen zullen veel moeilijker op te lossen zijn. Het creëren van een gelijk speelveld tussen overheids- en private ondernemingen heeft nog een lange weg te gaan.

 

Door: Martjan Roelofsen

Previous post

De Nederlandse beursgang van een Amerikaanse reus

Next post

Nederlandse banken verlost van stress(test)